dr. Nienke Maas- van Schaaijk, klinisch psycholoog
Radboudumc
De zorg staat voor ingrijpende veranderingen. Toenemende gezondheidsverschillen, een groeiende groep (psychosociaal) kwetsbare patiënten en een steeds verder onder druk staand zorgsysteem vragen om een fundamentele herijking van de medische psychologie. Binnen deze context is het niet langer voldoende om uitsluitend reactieve, individuele patiëntenzorg te bieden. Er is behoefte aan een toekomstbestendige medische psychologie die richting geeft aan integrale, persoonsgerichte en toegankelijke zorg.
Deze voordracht verkent hoe medische psychologie kan bijdragen aan de great changes in de zorg, door sterker de verbinding te leggen met andere disciplines, zorgstructuren en de maatschappelijke context, in lijn met de ambities van het Integraal Zorgakkoord.
Kern van de voordracht.
In deze lezing wordt betoogd dat afdelingen Medische Psychologie een sleutelrol vervullen in de noodzakelijke verschuiving:
• van focus op ziekte en zorg
• naar focus op gedrag, gezondheid en functioneren.
Dit vraagt om een herinrichting van de medisch-psychologische zorg, waarbij het accent verschuift van uitsluitend directe patiëntenzorg naar een bredere, systeemgerichte benadering.
Centrale thema’s die aan bod komen:
• Het vroegtijdig signaleren van psychosociaal kwetsbare patiënten
• Het systematisch integreren van psychosociale factoren in medische behandeltrajecten
• Versterking van psychosociale kennis en vaardigheden in het primaire zorgproces
• Proactieve zorgplanning en samenwerking over de grenzen van disciplines en zorgdomeinen heen
Door het bevorderen van evidence-based, gepersonaliseerde zorg kan medische psychologie actief bijdragen aan:
• het verkleinen van gezondheidsverschillen
• het bevorderen van duurzaam herstel
• het ondersteunen van maatschappelijke participatie.
Juist door zorg beter af te stemmen op de persoonlijke context van patiënten wordt zorg toegankelijker voor groepen die nu onvoldoende worden bereikt en sluit deze beter aan bij hun behoeften.
De voordracht beoogt:
• te inspireren tot herpositionering van de medische psychologie
• handvatten te bieden voor strategische en inhoudelijke doorontwikkeling
• het gesprek te openen over de rol van medische psychologie in systeemverandering binnen de zorg.
dr. Yadira Roggeveen, gynaecoloog
OLVG
drs. Bianca van Moorst, klinisch psycholoog-psychotherapeut-seksuoloog NVVS
OLVG
In de media is er steeds meer aandacht voor ‘hormonen’. Jonge vrouwen kiezen vaker om te stoppen met hormonale anticonceptie, terwijl vrouwen in de overgang zich afvragen of hormoontherapie hun klachten kan verminderen. Vrouwelijke geslachtshormonen spelen in verschillende levensfasen een belangrijke rol in het lichamelijk, psychisch en seksueel functioneren. Tijdens deze workshop wordt uitgelegd hoe vrouwelijke geslachtshormonen werken en welke invloed zij hebben op gezondheid en welbevinden. Daarnaast wordt aandacht besteed aan klachten bij vrouwen die iatrogeen in de overgang komen, bijvoorbeeld als gevolg van hormoongevoelige borstkankerbehandeling. Ook worden de lichamelijke, psychische en seksuele gevolgen besproken van hormonale aandoeningen zoals PMS, PMDD, PCOS en POI. Tot slot komt de invloed van hormonale anticonceptie en hormoonsubstitutietherapie (HST) aan bod.
Leerdoelen:
- Kennis over de invloed van vrouwelijke geslachtshormonen op fysiek, psychisch en seksueel functioneren.
- Handvaten hoe dit onderwerp geïntegreerd kan worden in diagnostiek en behandeling.
drs. Simone das Dores, klinisch psycholoog/ psychotherapeut en supervisor vgct, NVP en IDPS
iPractice Amsterdam
Het wordt een interactieve workshop waarin je kennismaakt met ‘Deliberate Practice’: een evidence based methode om (therapeutische) vaardigheden verder te ontwikkelen en therapie-uitkomsten (verder) te verbeteren.
Resultaten van Goldberg et al. (2016) laten zien dat therapeuten met meer ervaring niet effectiever worden. Sterker nog, de resultaten laten een kleine afname zien in effectiviteit. Meer cliënten zien is dus niet het enige dat je moet doen om beter te worden in je vak. Ook zijn we als beroepsgroep, ondanks de ontwikkeling van allerlei nieuwe stromingen, niet aanzienlijk effectiever geworden. In tegenstelling tot wat we bij verschillende specialisaties van de somatische gezondheidszorg zien, is voor psychologische zorg geen significante verbetering over tijd te waarneembaar. Ook kun je er niet op vertrouwen dat evidence-based practices gelijk staan aan goede behandelresultaten. Zo beschrijft Aaron Frost (2018) dat in meta-analyses een effect size van d = 0.7 wordt gevonden. In de klinische praktijk zit dit gemiddelde echter rond de d = 0.2. Hoe dit komt weten we niet, maar we hebben wel een hypothese.
Psychologische opleidingen bestaan voor een groot deel uit het leren van theorieën, lezen van boeken en artikelen en informatie opdoen door luisteren en observeren. Deze werkvormen zijn belangrijk in de ontwikkeling tot therapeut, maar geven weinig ruimte voor procedureel en herhaaldelijk oefenen van vaardigheden en het ontvangen van gerichte feedback op je prestaties.
Ericsson en collega’s (2018) onderzochten hoe toppresteerders, zoals musici, atleten en chirurgen, steeds beter werden in hun vak en vonden een gemene deler in hun training: deliberate practice. Een aantal belangrijke kenmerken van deliberate practice zijn: een coach die voorziet in feedback, het identificeren van een persoonlijke uitdaging en specifieke leerdoelen en vaardigheden, herhaaldelijk oefenen en het meten van resultaat.
Tijdens deze workshop krijg je een introductie over wat deliberate practice is en uit welke stappen het bestaat. Uiteraard zal er geoefend worden.
Leerdoelen:
Aan het einde van de workshop weet je wat deliberate practice is en wat de meerwaarde kan zijn.Je krijgt handvatten mee voor het blijven toepassen van deliberate practice na afloop van deze dag om je werk met cliënten (en eventueel supervisanten) nog effectiever te maken.